Wat is interieurarchitectuur?

Een uitleg

Er wordt tijdens zo’n gesprek met net-iets-te-onbekende familieleden, vrienden van vrienden of nieuwe buren wel eens aan mij gevraagd wat ik studeer. Wanneer ik dan ‘interieurarchitectuur’ antwoord, kijken mensen me glazig aan alsof ik ze vertel dat ik in mijn vrije tijd IKEA-gidsen lees (wat ik overigens niet ontken). Nee, interieurarchitectuur is niet het uitkiezen van de kleur van de bankjes in de wachtruimte van de tandarts. Een interieurarchitect is ook niet enkel en alleen bezig met het inrichten van huizen van mensen zonder eigen mening die daar teveel geld voor over hebben.

 

Je denkt er waarschijnlijk nooit over na, maar je hebt dagelijks met interieurarchitectuur te maken. Interieurs zijn overal: de snelle supermarkt, het troosteloze kantoor, het gigantische gemeentehuis, de ongemakkelijke huisartsenpraktijk, de stille bibliotheek, het drukke treinstation, het hippe koffietentje, die eindeloze beurs… Het zijn allemaal interieurs en meestal ontworpen door een interieurarchitect. Om ervoor te zorgen dat de gebruikers van de ruimte er hun dingen doen en laten.

 

Interieurarchitectuur heeft in mijn opinie verschillende doelen. Een doel van interieurarchitectuur is om ruimtes te laten ‘werken’. De koppeling te maken tussen de functie en de keuzes in bijvoorbeeld routing door het gebouw heen, materialen, meubilair en verlichting. Interieurs zorgen er dus voor dat een gebouw ook daadwerkelijk gebruikt kan worden voor de functie die het heeft of krijgt.

 

Ruimtes kunnen ook ingezet worden om bepaald gedrag uit te lokken. Door er bijvoorbeeld voor te zorgen dat je door de routing of de geur langer in een winkel blijft hangen en zo de kans dat je toch nog een extra pak koekjes in je mandje legt te vergroten. Of dat je juist doorloopt en niet hoeft te zoeken naar de goede trap, omdat er nog 20 mensen achter je lopen die ook héél erg graag hun trein willen halen. Of ervoor te zorgen dat je ook daadwerkelijk gaat studeren in een bibliotheek en niet afgeleid wordt door geluiden of de tocht achter je stoel langs. Diegene die je naar rechts zou swipen en achter je stoel langs loopt de dag voor je tentamen, kunnen we helaas niet voorkomen.

 

Soms is de gebruiker zich van de sturende ruimte bewust, maar veel vaker is het de bedoeling dat het interieur naadloos aansluit bij wat je zelf, de eigenaar van de ruimte of de ontwerper wil dat je doet in die ruimte.

En ondertussen willen die interieurarchitecten er ook nog voor zorgen dat het hun herkenbare kunstwerk wordt. De ruimte is het canvas waar ze hun artistieke kwast op los mogen laten. Als het is de mogelijkheid om het handschrift van de interieurarchitect te laten zien, dan kan die kleur van dat bankje er ineens heel veel toe doen.

 

Hoe ik mijzelf dan als interieurarchitect zie? Ik ben een wetenschappelijke ontwerper. Ik baseer mijn ontwerpen op onderzoek, op reden, op feiten. Is het interieur functioneel? Kan iedereen er mee uit de voeten? En als ik nog een draai aan geef, wordt het geheel dan beter? Blijft het concept overeind of verzand het in leuke dingetjes? Dit is ook de verklaring van de titel van mijn werk: FUNC. Het is de afkorting van functioneel en klinkt hetzelfde als funk. Kortom, interieurs die bruikbaar zijn en een speelse draai hebben. Uiteindelijk moet je het vak van de interieurarchitect ook niet te serieus nemen, met een goed verhaal van 561 woorden kom je ook een eind.

#1

10 januari 2016