Hoe ontwerp je voor introverten?

Het interieur als stiltecoupé.

Een klein testje. Bij de huisarts loop je de wachtkamer binnen. Je afspraak is over 5 minuten, maar uit ervaring weet je dat huisartsenminuten drie keer zo lang (lijken te) duren. Er zijn meerdere plekken vrij (zie tekening). Waar ga je dan zitten? Dichtbij het raam, zodat je naar buiten kan kijken ❶ ? Op een stoel met armleuningen, zodat er niemand je kan aansteken met zijn ziektekiemen ❷ ? Dichtbij de mand met tijdschriften zodat je iets te doen hebt en zo min mogelijk op de anderen in de wachtkamer hoeft te letten ❸ ? Of neem je juist plaats aan de leestafel waar je een praatje met iemand kan aanknopen zodat de tijd sneller lijkt te gaan ❹ ? Of ga je toch op het bankje zitten, zodat je zelf kan bepalen hoe ver je van iemand vandaan kan zitten en je rugdekking hebt van de muur achter je voorovergebogen schouders ❺ ? Misschien wil je wel zicht hebben op de deur naar de spreekkamers.

Waarschijnlijk als je de wachtkamer inloopt, heb je instinctief al een favoriete plek gekozen, zonder dat je van iedere plek de voor- en nadelen gaat analyseren en na wikken en wegen een plekje zoekt in de ruimte. In een split-second na het binnenstappen van de ruimte heb je al bepaald welke plek je op dat moment bezet gaat houden en misschien had het jou niet eens uit gemaakt welke plek nog vrij was.

Voor een deel wordt dat bepaald aan de hand van je fysieke gesteldheid: als je je hondsberoerd voelt, dan heb je misschien andere behoeftes, dan wanneer je een stralende dag hebt. Heb je misschien wel een vervelend gesprek met de huisarts voor de boeg, dan heb je even minder zin om een gesprek over koetjes en kalfjes met je buurtman aan te knopen. Maar voor een deel is dit ook besloten in je karakter. Ik zou nooit aan een leestafel gaan zitten, het liefst zit ik op een beschutte plek waar vanuit ik de ruimte kan overzien. En als de lectuurmand niet dichtbij genoeg is, dan heb ik altijd nog een telefoon bij de hand om genoeg muren op te trekken die communiceren: BLIJF UIT MIJN BUURT. Een klein sociaal bastion, ja.

Voor mijn afstuderen ga ik me bezig houden met houding die mensen aannemen op openbare plekken waar je niet onderuit komt. Bijvoorbeeld de wachtkamer, het openbaar vervoer, studie- of werkplekken, het winkelcentrum, het verzorgingstehuis en ga zo maar door. Steeds vaker heb ik het idee dat deze plekken ontworpen zijn rondom een extraverte doelgroep. ‘Ontmoeting’, ‘interactie’ en ‘creatieve samenwerking’ zijn vaak de termen die gebruikt worden om het interieurconcept te omschrijven. Hoewel het prachtig is wat er uit ontmoetingen kan ontstaan, wordt vaak vergeten dat voor sommigen dit helemaal niet vanzelfsprekend is, veel energie kost en juist bedreigend kan overkomen.

En wat gebeurt er als je ontwerpt voor de introverte mens? Ziet het interieur er dan uit als een grote stiltecoupé in de trein? En in hoeverre ziet die er eigenlijk anders uit dan een niet-stiltecoupé? Bij de NS maken ze in ieder geval weinig onderscheid. Dan is het ook niet zo verwonderlijk dat men zich niet anders (en dus stil) gedraagt dan in een gewone coupé…

#2

14 januari 2016