Het taboe

Hoe kan een interieurontwerper omgaan met de behoefte aan persoonlijke ruimte?

Wat hebben het openbaar vervoer, een lift, het strand van Scheveningen, een concert van Adele en het Stadhuisplein in Eindhoven vorige week maandag met elkaar te maken? Op deze plekken wordt er gedeeld. Niet alleen op sociale media, maar ook in het echt. Er wordt ruimte gedeeld die normaal gesproken van jezelf is. Er staat iemand dichter bij je dan de sociaal geaccepteerde afstand van zo’n halve meter. Je probeert hartstochtelijk te negeren dat die situatie eigenlijk niet prettig is. Door je te concentreren op je telefoon, de verspringende verdiepingsnummers, de LINDA/Flow/Autoweek/het weekendkatern, je favoriete artiest of Phillip Cocu. De ruimte waar een ander nu in staat wordt persoonlijk ruimte genoemd. En er heerst een door leegte vormgegeven taboe op.

 

Persoonlijke ruimte bestaat bij de gratie van de ander. Persoonlijke ruimte is niet een bubbel die je permanent bij je draagt, je ervaart hem pas als iemand iemand anders deze grens nadert of overschrijdt. En wanneer dat gebeurt wordt er zelden iets van gezegd. De meeste ‘slachtoffers’ reageren door onrustig heen en weer te schuiven of juist te verstarren of zelfs door te verplaatsen (probeer maar eens uit door in de persoonlijke ruimte van een onbekende te gaan zitten en kijk hoe snel je iemand uit eigen beweging weg gaat). Waar komt dit taboe vandaan? De mens is in de eerste plaats een sociaal dier: we hebben anderen nodig om te leven en te overleven. Net als met andere taboes, kan het benoemen van de behoefte aan persoonlijke ruimte ervoor zorgen dat je wordt verstoten door de groep. En dat komt jouw overlevingskansen niet ten goede. De behoefte aan ruimte is dus een onzichtbare behoefte.

 

Hij wordt niet gedefinieerd door massa, maar juist door leegte. Ieder mens behoeft een bepaalde leegte om zich heen. En ondanks dat er weinig over gepraat wordt in het dagelijks leven, ben ik er door gefascineerd geraakt.
Want hoe kan ik als (interieur)ontwerper met deze behoefte omgaan? Erken in de eerste plaats dat de behoefte er is. Zorg ervoor dat er niet alleen voldoende ruimte is voor alle gebruikers, maar deel de beschikbare ruimte ook in aan de hand van persoonlijke voorkeuren. Zie dat hoe je de ruimte indeelt, effect heeft op de gebruikers. Dat de bankjes en zitjes aan de randen van de ruimte het meest geliefd zijn, omdat we dan nog maar drie zijdes van ons lichaam hoeven te verdedigen. Dat sensitieve ruimtegebruikers het liefst vanaf een overzichtelijk punt de bewegingen van hun ruimtedelers in de gaten houden om hun territorium in de gaten te houden. Dat extraverte gebruikers in het open veld hun ruimte botvieren. En dat introverten juist het liefst in de holletjes en nissen onder verlaagde plafonds kruipen. En ontdek dat anderen juist weer hun ruimte willen bewaken door met losse tafels en stoelen te kunnen schuiven. Deze inzichten heb ik gekregen door onderzoek te doen op een middelbare school. Ik heb leerlingen bevraagd naar hun persoonlijkheid en ruimtelijke voorkeuren.

 

Door ze met een opdracht de school in te sturen kwam ik erachter welke plekken in de school ze waarderen en ook waarom. Door vervolgens de persoonlijkheden te koppelen aan deze voorkeuren kon ik een een scala aan ruimtelijke behoeftes opstellen, dat onmogelijk in deze 571 woorden te beschrijven is. Ik concludeerde overigens ook dat behalve de primaire ruimtelijk behoefte de leerlingen ook andere innerlijke behoeftes hebben. Naast persoonlijke ruimte wilden ze namelijk ook heel graag die snoepautomaat in het klaslokaal.

#7

16 mei 2016